Autisme uitgelegd

Mensen met autisme leren en denken anders dan mensen zonder autisme. Zij zijn niet minder slim of waardevol dan wie dan ook. Maar door hun andere manier van informatie verwerken, is het voor hen wel eens moeilijk in onze chaotische wereld het overzicht te behouden. Met een beetje kennis van wat autisme nu precies is, kunnen mensen zonder autisme een belangrijke bijdrage leveren in het leven van personen met autisme. Zij ploeteren hun hele leven immers al onvermoeibaar om grip te krijgen op de “normale”wereld; wat geweldig als er dan ook mensen zijn die zich de moeite getroosten zich eventjes te verdiepen in een leven mét autisme.

Om autisme te begrijpen is het van belang om de manier van denken te begrijpen: hoe verwerkt een persoon met autisme de informatie die op hem af komt, hoe ziet, begrijpt en ervaart hij de wereld? Het gedrag van zo iemand zou je de buitenkant van autisme kunnen noemen (Vermeulen, Degrieck, 2006). Het gaat dan om de zichtbare en merkbare aspecten van autisme. Denk bijvoorbeeld aan zijn reacties op veranderingen, woede-aanvallen, de chaos in zijn agenda. Net zoals bij kinderen zonder autisme komt ook het gedrag van iemand met autisme niet zomaar uit de lucht vallen. Onze reacties op een situatie worden altijd bepaald door onze beleving van de situatie, en niet door de situatie zelf. Oftewel: je reactie of gedrag is altijd het gevolg van je gedachten over een bepaalde situatie. Om die reden rent de ene persoon weg bij het zien van een hond…

situatie: ik zie een hond

gedachte: ik vind honden eng

gevolg: wegrennen

en stapt een ander juist op de hond af om hem te aaien….

situatie: ik zie een hond

gedachte: in vind honden lief

gevolg: hond aaien.

Bij mensen met autisme gaat dat precies hetzelfde maar: – de manier waarop zij waarnemen (zoals bv. het missen van de context) – en het waargenomene verwerken (niet soepel, snel overprikkeld, juist visueel of auditief), verloopt fundamenteel anders dan bij personen zonder autisme. Met vaak een vreemde reactie of een ander afwijkend gedrag als gevolg. De essentie van autisme zit dus aan de “binnenkant” en niet aan de “buitenkant”. Wil je mensen met autisme beter begrijpen , dan is het belangrijk om die “binnenkant” van die personen te leren begrijpen.


Theorieën en verklaringsmodellen autisme

Men is het er al enkele jaren over eens dat autisme spectrum stoornissen niet in termen van gedrag maar wel in termen van het denken te vatten is. Maar wat nu precies het autistisch denken typeert, daar is veel minder eensgezindheid over. De drie grote theorieën (Theory of Mind, Executieve functies en de Centrale Coherentie) zijn lange tijd de dominante verklaringsmodellen geweest, maar het wordt steeds duidelijker dat geen van deze theorieën autisme voldoende kan verklaren. Inmiddels zijn er nieuwe, veelbelovende theorieën ontwikkeld die een nieuwe kijk en nieuw begrip op het begrijpen en verklaren van autisme geven.

Hieronder een korte opsomming van de verschillende theorieën over autisme en verklaringsmodellen.


Theory of Mind en autisme

Kinderen met autisme hebben moeite te begrijpen wat mensen denken, voelen, verwachten, bedoelen en weten. Het gaat hierbij om de “theory of mind”(TOM), het vermogen om het innerlijk van jezelf en de ander te kunnen zien en er daarnaast ook rekening mee te houden. In het kort zou je dit ook mensenkennis kunnen noemen. Mensen met autisme kunnen maar moeilijk begrijpen dat een ander de werkelijkheid anders zou kunnen waarnemen dan hij zelf doet. Hij vindt het dus moeilijk om de binnenkant van zichzelf en de ander te herkennen (de Bruin, 2005) Dit heeft tot gevolg dat hij alleen vanuit zichzelf kan denken en moeite heeft rekening te houden met anderen. Vriendschappen sluiten en behouden verloopt hierdoor vaak problematisch.


Executieve functies en autisme

Bij personen met autisme, en ook bij ADHD, zijn de zogenaamde “executieve functies” verstoord of onvoldoende ontwikkeld. De mate waarin verschilt echter sterk van persoon tot persoon. Executieve functies verwijzen naar processen die verband houden met probleemoplossing. Het gaat dan bijvoorbeeld om het achter elkaar en in de juiste volgorde uitvoeren van verschillende deelhandelingen. Deze functies heb je o.a. nodig bij het tandenpoetsen, puzzelen en het huiswerk maken.


Centrale Coherentie en autisme

Een belangrijke derde theorie is die van de centrale coherentie, of het zogenaamde “samenhangdenken” (Vermeulen, 1999); het vermogen om samenhang te brengen in de verschillende waarnemingen. Iemand met autisme zou eerder waarnemen in puzzelstukjes, zoals o.a. Colette de Bruin het verwoord in haar boek “Geef me de 5”. Dit is inmiddels achterhaald. Personen met autisme zien wel degelijk het geheel maar missen het vermogen de essentie uit het geheel te halen. Dit levert vergelijkbare problemen op als zouden zij inderdaad het geheel niet kunnen overzien. Het model is in die zin nog steeds bruikbaar om autisme beter te begrijpen maar behoeft een verdergaande nuancering dan door sommigen wordt gehanteerd. Het verklaringsmodel van de zwakke centrale coherentie werd aanvankelijk opgesteld door Uta Frith en is, zoals hierboven beschreven, later door velen niet helemaal juist overgenomen of geïnterpreteerd. De manier zoals zij het bedoelde heeft nog steeds zijn waarde niet verloren; het samenhangdenken komt er volgens haar op neer dat we bij de input van nieuwe informatie deze meteen linken aan oude opgeslagen kennis. Spontaan onstaat dan de reflex om onmiddellijk een overzicht te creëeren. Dit lukt bij personen met autisme minder goed.


Empathiseren versus systematiseren en autisme

Deze theorie, beschreven door Simon Baron-Cohen (2002), gaat uit van de veronderstelling dat mensen met autisme systeemdenkers zijn en dat we in onze samenleving voortdurend gebruik moeten maken van dat andere uiterste: empathiseren. Dat maakt het natuurlijk erg moeilijk voor mensen met autisme. Bij empathiseren gaat het om dezelfde vaardigheden zoals beschreven bij de Theory of Mind; mensenkennis dus. Systematiseren is in feite precies het tegenovergestelde. Systematiserende personen hebben een sterke drang om alles te analyseren en op te bouwen. Feiten en logica voeren de boventoon.


Open versus gesloten systemen en autisme

John Lawson kwam recentelijk met een nieuwe theorie, waarin geprobeerd is alle bovenstaande verklaringsmodellen te integreren tot 1 theorie. De voornoemde theorieën hebben immers allen hun manco’s en kunnen niet alles verklaren. Een overkoepelende theorie zou dit mogelijk wel kunnen en daar is Lawson’s theorie een belangrijke aanzet tot geworden.


Contextblindheid en autisme

Tot slot mogen we de belangrijke bijdrage van Peter Vermeulen op dit gebied niet vergeten. Zijn beschrijving van de contextblindheid (2009) leidt tot een zeer heldere en begrijpelijke verklaring voor de problemen waar personen met autisme mee kampen. Meer informatie kunt u lezen op de website www.contextblindheid.be. Maar bekijk ook eens het filmpje van Peter Vermeulen waarin hij zelf helder uiteenzet wat hij met contextblindheid bedoelt!